Onze visie


Onze visie is een natuurpositieve economie. Op deze pagina bundelen we onze inzichten, ideeën en prikkelende perspectieven. Als thought leaders bouwen we aan een nieuw verhaal over waarde, financiering en de toekomst van het landschap – in Nederland en daarbuiten.

Nederland staat voor een enorme grondtransitie. Volgens het Planbureau voor de Leefomgeving is voor natuurherstel en extensivering van de landbouw honderdduizenden hectares nodig. Niet alleen voor biodiversiteit, maar ook om hardnekkige doelen voor stikstof en water binnen bereik te brengen. Maar hoe financier je zo’n transitie op schaal?

Over het tekort aan geld voor natuurherstel wordt veel gesproken. Terecht. Maar tegelijkertijd is veel geld opzoek naar investeerbare projecten. Wij denken dat de grootste bottleneck niet bij beschikbaarheid van geld zit. Maar bij het ontbreken van goede businesscases.

In Nieuw-Zeeland kreeg de Whanganui-rivier rechtspersoonlijkheid. In Spanje kreeg de Mar Menor, een zwaar vervuilde lagune, eigen rechten. Het idee: een ecosysteem wordt drager van rechten.

De economie wordt kwetsbaarder voor water-, bodem- en biodiversiteitsrisico’s. Corporates zoeken robuuste ketens. Financiers zoeken “nature-resilient” liefst “nature-positive” assets. Overheden zoeken uitvoeringskracht om de economie weerbaarder te maken.

We investeren miljarden in energieopslag en waterveiligheid. Maar behandelen we onze grondwatervoorraden al als kritieke infrastructuur?

Stikstof reduceren is nodig. Maar niet voldoende. Het coalitieakkoord van het kabinet-Jetten van 30 januari 2026 maakt duidelijk dat het kabinet opnieuw wil investeren in gebiedsgerichte oplossingen rond stikstof, natuur en water. Dat is een belangrijke stap en broodnodig.

De Europese Centrale Bank kondigde deze zomer aan dat ze vanaf 2026 een ‘climate factor’ gaat toepassen op obligaties die banken als onderpand gebruiken. Technisch? Ja. Maar het effect werkt breder door: niet alleen obligaties worden geraakt, (indirect) ook gewone leningen en kredieten.

In onze gesprekken met food- en agribedrijven en boerencollectieven horen we steeds hetzelfde: de motivatie is er. Ze zetten zich in voor een volhoudbaar voedselsysteem dat toekomstige generaties zekerheid geeft en ons helpt om binnen de grenzen van de planeet te blijven.

Steeds meer partijen kijken verder dan hun eigen kernactiviteiten en investeren in de lokale bodem, water en biodiversiteit — om maatschappelijke impact, leveringszekerheid en lange termijn rendement te borgen.

Droogte, overstromingen, vervuild water, uitgeputte bodems en biodiversiteitsverlies. Waterschappen, waterbedrijven, boeren en foodbedrijven staan voor keuzes die steeds urgenter worden.